Home
Overzicht website
Doelstelling
Contact & organisatie
Keurmerk
Certificeringsvereisten
Accreditatie
Kosten
Aanvraagformulieren
Gecertificeerd
Begrippen
Scholingsaanbieders

Begrippen

WAT VERSTAAT DE SKB ONDER DE VOLGENDE BEGRIPPEN?

Psycho-sociale en geestelijke gezondheidszorg:

Gezondheidszorg die zich richt op het herstellen, of draaglijk maken, van een verstoord evenwicht tussen lichaam, geest en omgeving. (Zie de ‘Toevoeging’, onderaan, voor een uitgebreidere uitleg.)

Keurmerk:
Een compact, visueel kwaliteitsoordeel over een product, dienst of opleiding, dat door een onafhankelijke, deskundige instantie is verleend.
Je ziet (visueel) dus in een oogopslag (compact) dat het product, de dienst of opleiding in orde bevonden is door een gekwalificeerde instantie. Het keurmerk kan bijvoorbeeld de vorm hebben van een schildje, of de afbeelding van een logo of vignet. 

Accreditatie:
Dit  is een procedure waarbij een onafhankelijke en deskundige instantie een geschreven garantie (‘certificaat’) geeft dat een product, proces of dienst beantwoordt aan specifieke vereisten. Op vele terreinen worden accreditaties verleend. Met betrekking tot ‘onderwijs-accreditatie’ houdt dat in: het verlenen van een keurmerk dat aangeeft dat aan bepaalde maatstaven van een opleiding is voldaan.

Certificering:
Dit is een procedure waarbij een onafhankelijke en deskundige instantie een certificaat afgeeft als officiële verklaring dat een product, dienst, proces, persoon, systeem of opleiding aan specifieke eisen voldoet

SKB-register:
Een lijst van, door de SKB gecertificeerde, bij- en nascholingen en opleidingen
. (Zie op de SKB-website: Gecertificeerd.)

- - - - - - - - - - -

Bijscholing*:
Een lesprogramma, studie of  cursus om de gevolgde (beroeps)opleiding meer compleet te maken. (Bijvoorbeeld een EHBO-cursus of een DSM IV-cursus, als daaraan in de opleiding geen aandacht geschonken is.)

Nascholing*:
Een lesprogramma, studie of  cursus om het vroeger geleerde op te halen en met nieuwe inzichten en/of vaardigheden aan te vullen.

Opleiding*:
Een vorm van onderwijs om kennis en vaardigheden bij te brengen.
[Een opleiding kan zowel een organisatievorm zijn, dus b.v. een opleidingscentrum, als een onderwijsvorm, dus wat men leert, doet of geeft.]
De SKB maakt echter een onderscheidt tussen (basis)beroeps opleidingen en additionele opleidingen.  Via een ‘(basis)beroeps opleiding’ kan men van het geleerde haar of zijn beroep maken. Wat  in een ‘additionele opleiding’ geleerd wordt, kan men bij haar of zijn beroepsuitoefening als extra bekwaamheid of methode gebruiken (bijvoorbeeld een Opleiding Familie-opstelling).

*Bij- en nascholing / additionele opleiding:
In de praktijk worden deze begrippen door elkaar gebruikt. Wat de een bijscholing noemt, wordt door een ander nascholing genoemd. Het begrip ‘opleiding’ wordt vaak gebruikt als het om een (aanvullende) langere bij- of nascholing gaat.
De SKB treedt niet in de naamgeving van de scholingsvorm, maar maakt alleen een onderscheid in de duur ervan, omdat dit bepalend is voor de hoeveelheid tijd die de accreditatie-commissie nodig heeft voor de toetsing. (Zie op de SKB-website: Kosten.)

- - - - - - - - - - -

StudieUren:
De SKB heeft er voor gekozen om uit te gaan van StudieUren (in plaats van StudieBelastingsUren/SBU).
(Elk StudieUur staat gelijk aan één feitelijk StudieBelastingsUur, dus: 1 SBU = 1 StudieUur)

Onder StudieUur wordt verstaan:
- de tijd besteed aan studie-activiteiten of onderwijsdeelname (contacturen)
- de tijd besteed aan zelfstudie/literatuurstudie
- de tijd besteed aan toetsen/examens
- de tijd besteed aan huiswerkopdrachten
- de tijd besteed aan scripties/werkstukken/casussen
- de tijd besteed aan stages
- de tijd besteed supervisie/intervisie

1 dagdeel (ochtend of middag of avond van 3 uur) = 3 StudieUren.
8 pagina’s (Nederlands) = 1 StudieUur. 6 pagina’s (En./Du./Fr.) = 1 StudieUur.

Niet
meegeteld worden  koffie- en eetpauzes / reistijd.

Het is in het gekozen systeem de verantwoordelijkheid van de aanbieders van scholingsactiviteiten om het aantal StudieUren te specificeren. In hoeverre zij dat correct doen moet beoordeeld worden bij de accreditatie van de betreffende scholingsactiviteit.

Bij het volgen van scholing moet op het certificaat/diploma vermeld worden om hoeveel StudieUren het gaat en of de scholingsactiviteit geaccrediteerd is.

Voorbeeld met betrekking tot een DSM IV scholing van 4 dagen:

a)  4 dagen = 8 dagdelen x 3 uren = 24 contacturen
b)  literatuurstudie 80 uren; dit betekent 80 uur x 8 pagina’s (Nederlandstalige) literatuur =
     640 pag. [De verhouding tussen contacturen en literatuur-studieuren is dus ruim 1 : 3.]
c)  voor praktijkopdrachten/huiswerk 13 uren
d)  examenopdracht 3 uur (= uitwerking casus)
      = totaal 120 studieuren.
[120 StudieUren is de minimale eis voor de inschrijving in het Post-HBO Register.]

- - - - - - - - - - -

Leertherapie:
Leertherapie heeft als doel door middel van het ondergaan / meemaken van de te leren therapie-vorm te komen tot optimalisering van het persoonlijk functioneren binnen een hulpverlenend proces alsmede om aan den lijve te ervaren wat het betekent door middel van hulpverlenende technieken op emotionele ervaringen en gedragingen te wijzen of gewezen te worden. Verder ook het doorwerken van je eigen socialisatieproces.
De nadruk zal liggen op het persoonlijk functioneren voor zover relevant voor de werkzaamheden als therapeut. De leertherapie fungeert tevens als een model voor wat er verder in de opleiding gepresenteerd zal worden.

Supervisie:
Supervisie is een leertraject onder leiding van een supervisor waarin mensen, die beroepsmatig met mensen werken, hun eigen stijl van werken ontwikkelen en/of verbeteren en actualiseren.
Omdat in de praktijk juist op hen vaak een beroep wordt gedaan om professioneel te reageren vanuit adequaat op elkaar afgestemde gedachten, inzichten, gevoelens, strevingen en gedragingen, richt supervisie zich specifiek op het ontwikkelen van het vermogen tot integratie van deze aspecten.
Supervisanten leren om de eigen ervaringen opgedaan in de stageperiode systematisch te overdenken en te doorzien, hetgeen leidt tot een beter functioneren.
De hier bedoelde supervisie is vooral gericht op de beginnende therapeut en hun persoonlijke ontwikkeling te stimuleren. Het doel is om hun effectiviteit te verhogen en als preventie om te voorkomen dat het therapeutisch werk op den duur leidt tot spanningen en burn-out.

Intervisie:
Intervisie is binnen dit kader een vorm van deskundigheidsbevordering waarbij therapeuten  in opleiding een beroep doen op medestudenten om mee te denken over persoonlijke processen en/of functiegebonden problemen, vragen en knelpunten tijdens hun stageperioden.
Dit meedenken gebeurt niet door het aandragen van oplossingen maar door het stellen van vragen om zo met behulp van het eigen analytisch en probleemoplossend vermogen inzicht te krijgen op het ingebrachte probleem en hoe hierin te handelen.
Het is een methodiek waarbij de eigen deskundigheid verder wordt ontwikkeld met als doel het bevorderen van de kwaliteit van het werk, zicht te krijgen op de eigen blinde vlekken en inzicht te verwerven in wat overdracht en tegenoverdracht precies is.

- - - - - - - - - - -

Toevoeging

PSYCHO-SOCIALE EN GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG

Dit beslaat een breed terrein.
1) Voor wat betreft de psycho-sociale gezondheidszorg wordt veel ontleend aan het vakgebied van de ‘gezondheidspsychologie’. Binnen dit vakgebied probeert men te begrijpen welke psychosociale factoren van invloed zijn op gezondheid en ziekte. Belangrijke thema’s zijn het bevorderen en in stand houden van gezondheid; de preventie en behandeling van ziekten; oorzaken en correlaties tussen gezondheid, ziekte en disfunctioneren; en verbetering van de gezondheidszorg en het gezondheidsbeleid.
Binnen deze context wordt het bestaan erkend van een interactie tussen lichaam en geest.
De nadruk wordt (dan ook) gelegd op het voorkomen van ziektes en het veranderen van ongezonde gedragspatronen.
Je zou kunnen zeggen dat gezondheidspsychologie een vorm is van toegepaste psychologie waarbij psychologische theorieën en kennis worden aangewend ter bevordering van de gezondheid en het gezondheidsgedrag.

2) De geestelijke gezondheidszorg biedt behandeling, zorg en begeleiding aan mensen met psychische problemen en stoornissen. Zij draagt bij aan de verbetering van de geestelijke gezondheid en kwaliteit van leven van de cliënt/patiënt. Een andere taak is ook het voorkómen van psychische problemen. Het gaat dus om het bevorderen en herstellen van de geestelijke gezondheid en/of het draaglijk maken, en houden, van duurzame psychische problemen.
Geestelijke gezondheidszorg kan verleend worden in een ziekenhuis of andere zorginstelling (intramurale zorg) of buiten het ziekenhuis in bepaalde praktijken of thuis (extramurale zorg).
Geestelijke gezondheidszorg kan ook gezocht worden in het gebied van de religieuze / pastorale zorg. Te denken valt dan aan pastorale counselors of pastores / theologen, die vanuit een religieus referentiekader proberen cliënten de zin van hun bestaan te laten (her)ontdekken.
Het kan echter ook gaan om humanistische begeleiders.

Bij psycho-sociale en geestelijke gezondheidszorg gaat het onder andere om:
- situaties die ontstaan door scheiding, eenzaamheid, ziekte, overlijden / rouwverwerking, conflicten, seksuele problemen, moeilijkheden met de opvoeding;
. problemen met een (lichte) psycho-sociale achtergrond; aanhoudende stress, een gevoel van niet gelukkig zijn of aan het niet optimaal kunnen functioneren;
. het verkrijgen van inzichten in (levens)vragen; vragen over het nut van het eigen bestaan, waar naar toe te willen in het leven of aan onzekerheid of men ‘goed bezig is’.
Het gaat hierbij niet om psychiatrische stoornissen.